Laat slachtoffers van mensenhandel voor juridische tweedelijnsbijstand in aanmerking komen tot aan het einde van de strafprocedure door het koninklijk besluit daarover aan te passen - 2019/15
Bij aanvang van de procedure zitten slachtoffers van mensenhandel, net als andere categorieën rechtzoekenden zoals asielzoekers, in een bijzonder kwetsbare situatie. Myria beveelt daarom aan om het koninklijk besluit van 18 december 2003 over de juridische tweedelijnsbijstand aan te passen om de slachtoffers van mensenhandel, van wie het statuut aanvankelijk was erkend na de eerste verklaringen voor justitie, tot na afloop van de strafprocedure tegenover de daders in aanmerking te laten komen voor juridische tweedelijnsbijstand. Bovendien moet in de belangrijkste Bureaus voor Juridische Bijstand in het land een lijst beschikbaar zijn van vrijwillige advocaten die gespecialiseerd zijn in bijstand aan slachtoffers van mensenhandel.
Bij gebrek aan budgetten om advocaten te betalen, schakelen de opvangcentra voor slachtoffers advocaten in die optreden in het kader van de juridische bijstand. Het slachtoffer kan een beroep doen op een pro-Deoadvocaat als het aan de voorwaarden voldoet (als het bijvoorbeeld sociale steun krijgt, wat het geval is bij het begin van de begeleiding).
Onderzoeken naar mensenhandel zijn echter tijdrovend. Soms duurt het enkele jaren vooraleer een dossier wordt afgesloten en is de kans groot dat het slachtoffer intussen een baan heeft gevonden. Daardoor voldoet het niet langer aan de voorwaarden voor rechtsbijstand om in aanmerking te komen voor een pro-Deoadvocaat. Soms wil het ook gewoon de bladzijde omslaan of zijn er andere financiële prioriteiten.
Bovendien is het zo dat slachtoffers die recht hebben op gratis bijstand van een advocaat zolang ze geen werk hebben, niet langer in de baremaschalen vallen om in aanmerking te komen voor deze juridische bijstand zodra ze opnieuw actief zijn op de arbeidsmarkt. Dat leidt tot aanzienlijke kosten. Volgens Myria moeten slachtoffers van mensenhandel tot aan het einde van de strafrechtelijke procedure tegen de daders op kosteloze juridische bijstand kunnen rekenen.