Het hof sprak zich uit over het vonnis van 13 januari 2023 van de correctionele rechtbank van Brugge over feiten van mensenhandel binnen de transportsector waarbij er gebruik was gemaakt van een constructie van Bulgaarse “postbusbedrijven”.

De rechtbank had de beklaagde met de Belgische nationaliteit die woonachtig was in Servië toen veroordeeld voor mensenhandel.

Het hof stelde dat de beklaagde na een eerdere veroordeling voor inbreuken op het sociaal strafrecht onmiddellijk opnieuw andere buitenlandse vennootschappen oprichtte om zijn vervoersactiviteiten ongestoord voort te zetten, en de dwingende arbeidsrechtelijke en sociaalrechtelijke regelgeving totaal met de voeten trad. Hij richtte een kluwen van buitenlandse vennootschappen op waarin hij de juridische en feitelijke beslissingsmacht had en waarmee hij verder gezag uitoefende over de chauffeurs. 

Ook het hof meende dat de beklaagde misbruik had gemaakt van de kwetsbare positie van de slachtoffers die vaak een precaire verblijfssituatie hadden in België. Het bevestigde het vonnis over de hele lijn en veroordeelde de beklaagde opnieuw voor mensenhandel en alle inbreuken op het sociaal strafrecht, ook voor oplichting in het sociaal strafrecht.