Hof van beroep van Brussel, 29 maart 2023
Het hof van beroep sprak zich uit over een dossier inzake mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting ten aanzien van twee Nigeriaanse slachtoffers, onder wie een minderjarig slachtoffer. De beklaagde, die de Belgische nationaliteit had, werd daarnaast vervolgd voor het verhuren van panden met het oog op de prostitutie van minderjarigen en meerdere meerderjarigen en het opwekken van prostitutie van minderjarigen. Het ging daarbij zowel om Nigeriaanse slachtoffers als om slachtoffers uit Zuid-Amerika. Hij werd in eerste aanleg veroordeeld voor de feiten.
De beklaagde verhuurde panden aan vrouwen die er actief waren als sekswerkers in de periode 2016-2018 in de regio van Leuven. Uit het onderzoek bleek dat hij ook foto’s van de meisjes maakte en advertenties op seksdatingwebsites plaatste. In ruil moesten de meisjes huur betalen en de helft van hun inkomsten uit sekswerk aan hem afstaan. Indien ze dat geld niet hadden, liet hij zich betalen met (extreme) seksuele diensten. Er was ook sprake van alcoholmisbruik en agressief gedrag naar de meisjes toe. Een keer zou hij een meisje hebben opgesloten in haar kamer.
Er waren meerdere slachtoffers, onder wie meisjes uit Latijns-Amerika. Die meisjes waren nog heel jong. In een geval was het slachtoffer zelfs minderjarig. Ook werden hem verschillende meisjes uit Nigeria aangeleverd door een Nigeriaanse ‘madame’ in Frankrijk die eerder in een van zijn panden had verbleven. Twee van de slachtoffers stelden zich burgerlijke partij in de zaak.
Het hof achtte de feiten bewezen en vond de straf van de eerste rechter niet streng genoeg. De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertig maanden en tot een geldboete van 8.000 euro, allebei met uitstel. Er werd een verbeurdverklaring uitgesproken op het geraamde vermogensvoordeel.
Een van de burgerlijke partijen kreeg een morele schadevergoeding van 4.805 euro. Het andere slachtoffer verscheen niet in de beroepsprocedure.