Het hof van beroep deed uitspraak in een zaak rond mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting door een escortbureau, waarin er meerdere beklaagden werden vervolgd. Twee van hen werden vervolgd voor feiten van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting met verzwarende omstandigheden ten nadele van negen slachtoffers.  

De zaak kwam aan het licht tijdens een gecoördineerde actie gericht op verborgen prostitutie waarbij de politie een afspraak maakte bij een escortdame via een website. Een van de beklaagden kwam in beeld doordat er meerdere websites konden worden gelinkt aan een gelijkaardige URL en een gelijkaardig telefoonnummer. Gelijktijdig kwam er een melding binnen van twee personen die als webmaster hadden gewerkt voor het escortbedrijf van de beklaagden die verklaarden dat het bedrijf financieel kwetsbare vrouwen seksueel uitbuitte.  

De twee beklaagden – die allebei de Nederlandse nationaliteit hadden – waren uitbaters van een escortbureau. De beklaagden rekruteerden sekswerkers die zich allemaal in een kwetsbare positie bevonden. Zij waren alleenstaande moeders, hadden financiële problemen, met uiteenlopende nationaliteiten (de Belgische, de Bulgaarse, de Zuid-Amerikaanse, …). De sekswerkers kregen een chauffeur toegewezen die hen ’s avonds ophaalde en hen de hele nacht door naar hun afspraken bracht. Ze moesten bijzonder veel uren werken, de hele nacht beschikbaar zijn en zelfs slapen in het voertuig. Twee derde van hun verdiensten moesten ze afgeven aan de chauffeur en aan de beklaagden. Hoe meer klanten ze hadden, hoe meer ze moesten afgeven. De beklaagden hadden meerdere telefonistes in dienst die de afspraken regelden. De chauffeurs werden door de telefonistes op de hoogte gebracht. De dames hadden zelf geen zicht op de praktische of financiële afspraken die werden gemaakt. Doorgaans werd er 150 à 180 euro per uur gevraagd, waarvan 50 euro voor de escortdame was, 50 euro voor de chauffeur en de rest voor het bureau. Daarnaast moest de dame aan de chauffeur nog per kilometer betalen, waardoor ze minder dan 50 euro per uur overhield.  

De beide beklaagden schuwden de beledigingen en dreigementen niet. De sekswerkers werden door de beklaagden ook aangezet om klanten op te lichten zodat er een maximale winst kon worden gegenereerd. Daardoor werden de dames vaak in gevaarlijke situaties gebracht.  

Tijdens een huiszoeking konden er 45 escortdames, dertien chauffeurs en veertien telefonistes worden geïdentificeerd. 

De eerste beklaagde runde het escortbureau en speelde een leidinggevende en bepalende rol. De tweede beklaagde was de zaakvoerder en nam de taak van de eerste over als zij er niet was. Het bureau genereerde een enorme omzet en de beklaagden leidden een luxeleven.  

De beklaagden ontkenden dat ze dwang en listen hadden gebruikt en vroegen de herkwalificatie naar pooierschap. De rechtbank ging daar niet in mee en bevestigde in haar vonnis dat de slachtoffers zich in een kwetsbare positie bevonden en dat ze door de verschillende pressiemiddelen van de beklaagden eigenlijk niet de mogelijkheid hadden om te weigeren. De beklaagden hadden hen seksueel uitgebuit door gebruik te maken van “morele” dwang. De mensenhandel bleek derhalve bewezen. 

De feiten werden in eerste aanleg beoordeeld door de correctionele rechtbank van Antwerpen in een vonnis van 24 oktober 2023.  De rechter veroordeelde de beklaagden tot gevangenisstraffen van respectievelijk vijf jaar en vier jaar, voor een deel met uitstel en tot geldboetes van 36.000 euro en 72.000 euro. Er werden meerdere zaken verbeurdverklaard, alsook een som van 73.700 euro.  

Een slachtoffer, dat de Spaanse nationaliteit had maar geboren was in Bolivia, stelde zich burgerlijke partij en kreeg een provisionele schadevergoeding moreel en materieel vermengd van 1.000 euro.  

De twee beklaagden gingen in beroep.  

Het hof van beroep behield de kwalificatie van mensenhandel en nam daarbij meerdere elementen in aanmerking om het “doel”, zijnde de seksuele uitbuiting, te beoordelen: de permanente beschikbaarheid van de slachtoffers, zeven dagen op zeven, zonder vergoeding voor wachturen in tegenstelling tot hun chauffeurs, geen inspraak over de prijs, er werd geen rekening gehouden met welke prestaties ze al dan niet wilden leveren, de wanpraktijk om andere dames naar een afspraak te sturen dan de dame die door de klant op de website was gekozen, het gebrek aan bonussen voor de dames, terwijl de telefonistes wel bonussen ontvingen indien er een bepaalde omzet werd gerealiseerd, bij weigering van een klant of prestatie moesten ze zelf de gederfde inkomsten betalen, het inkomen van de dames stond niet in verhouding tot de geleverde diensten, ze hielden globaal maar 35% van de inkomsten over. 

Het hof bevestigde de verzwarende omstandigheid “kwetsbare toestand” en wees op het feit dat de dames escortwerk deden uit noodzaak wegens schulden of hun precaire financiële situatie, met een verslaving kampten of in een moeilijke sociale situatie zaten als alleenstaande moeder. 

Daarnaast bevestigde het hof de verzwarende omstandigheid “(moreel) geweld” door te verwijzen naar de hoge werkdruk waarbij de slachtoffers geen inspraak hadden, de lange shiften en het sturen van dames naar klanten die niet door hen waren gekozen. Daarnaast werd er geen rekening gehouden met welke prestaties de dames al dan niet wilden leveren en in geval van weigering moesten ze zelf de gederfde inkomsten betalen.  

Het hof bevestigde de straffen van de eerste rechter.