In dit dossier veroordeelde de rechtbank een jong Belgisch koppel voor verzwaarde mensenhandel met het oog op de seksuele uitbuiting van een jonge vrouw en een Belgische minderjarige van Syrische origine, die op het ogenblik van de feiten veertien jaar was. Die laatste werd vertegenwoordigd door een ad hoc voogd, die zich burgerlijke partij stelde. 

Het dossier werd in januari 2013 opgestart na een politiecontrole in een appartement in Sint-Gillis, naar aanleiding van een op de website “Quartier Rouge” geplaatste advertentie. De vrouwelijke beklaagde en de jonge minderjarige waren aanwezig, terwijl de mannelijke beklaagde snel was vertrokken voor hij door die laatste werd geïdentificeerd.  

De beklaagden betwistten de tenlasteleggingen en stelden dat zij niet wisten dat het meisje minderjarig was. De mannelijke beklaagde zou zogezegd alleen een vaste klant van de vrouwelijke beklaagde geweest zijn en haar vriend geworden zijn. De vrouwelijke beklaagde zou met de jonge minderjarige hebben samengewerkt door de huur te delen, zonder zich met haar prostitutie te bemoeien.  

Het minderjarige meisje beweerde meerderjarig te zijn voor zij op het commissariaat werd geïdentificeerd. Ze kwam uit een moeilijke gezinssituatie en was herhaaldelijk uit instellingen voor minderjarigen weggelopen. Ze had de vrouwelijke beklaagde in een bar ontmoet en later hadden ze via Snapchat gechat. Tijdens haar verhoor, dat op video werd vastgelegd, ontkende ze mishandeld te zijn door het koppel beklaagden en verklaarde ze vrij voor eigen rekening te werken. 

Dankzij de door de beheerder van “Quartier Rouge” verstrekte informatie konden verscheidene in beslag genomen telefoons en vermelde telefoonnummers in verband worden gebracht met verscheidene e-mailadressen, accounts en advertenties. Een telefonieonderzoek, computeranalyses, bankanalyses en een “retro-zoller”-onderzoek werden uitgevoerd.  

De beklaagden hadden de identiteitskaarten en foto’s van de vrouwelijke beklaagde en een andere meerderjarige jonge vrouw gebruikt om de verificatie door “Quartier Rouge” van de leeftijd van het minderjarige slachtoffer te omzeilen. De account van dat meerderjarige slachtoffer werd ook overgenomen door de vrouwelijke beklaagde nadat de leeftijdscontrole was uitgevoerd. In tegenstelling tot het minderjarige meisje bevestigde het meerderjarige slachtoffer dat de beklaagden betrokken waren bij haar rekrutering en uitbuiting, en identificeerde ze hen op foto’s. Zij verklaarde dat ze hen in een café had ontmoet en dat zij haar hadden voorgesteld om 30% van haar opbrengsten te houden. Uiteindelijk zou zij gedwongen zijn om hun haar geld te geven en zou ze maar 100 euro hebben ontvangen. Zij zei dat ze dag en nacht gemiddeld zeven tot tien klanten per dag had ontvangen, tegen een tarief van 180 euro per uur. De beklaagden beheerden de advertenties en de contacten met de klanten, met name via Snapchat, en haar verplaatsingen naar Airbnb’s, die in de transportapp Heetch werden geregistreerd. De beklaagden zouden haar hebben mishandeld en zouden zich gewelddadig hebben getoond toen ze dreigde om een klacht in te dienen bij de politie.  

Volgens de rechtbank werden haar verklaringen gestaafd door de advertenties, de registratie van ritten op Heetch en verscheidene screenshots. De door de website Booking.com verstrekte informatie bevestigde dat de beklaagden verscheidene aparthotels hadden gehuurd. De rechtbank achtte de tenlastelegging van mensenhandel bewezen, aangezien de beklaagden de slachtoffers hadden ontvangen en ondergebracht met het oog op hun prostitutie.  

De beklaagden werden eveneens veroordeeld voor het aanzetten tot prostitutie van een minderjarige en voor de uitbuiting van haar prostitutie, met verzwarende omstandigheden, en voor pooierschap ten aanzien van de andere jonge vrouw.  

De rechter veroordeelde de vrouwelijke beklaagde tot een gevangenisstraf van vijftig maanden met gedeeltelijk uitstel, en de mannelijke beklaagde tot een gevangenisstraf van zes jaar. De beklaagden werden veroordeeld tot een geldboete van 8.000 euro, met volledig uitstel voor de vrouwelijke beklaagde. Ze werden ook uit hun rechten ontzet, met een bijzondere verbeurdverklaring van een in beslag genomen som van 1.012,25 euro. De beklaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot de betaling aan de voogd van 20.000 euro materiële schadevergoeding en een provisionele morele schadevergoeding van 10.000 euro, op een rekening te storten die niet-beschikbaar is tot het slachtoffer meerderjarig wordt.  

Dit vonnis is definitief.