De rechtbank uit over feiten van mensenhandel met het oog op economische uitbuiting in een restaurant. De beklaagde was een Belgische man van Egyptische origine. Zijn vennootschap was betrokken als burgerlijke aansprakelijke. Hij werd eveneens vervolgd voor inbreuken op het sociaal strafrecht.

Het slachtoffer dat de Egyptische nationaliteit had en Payoke stelden zich burgerlijke partij.

Een man werd via Dokters van de Wereld doorverwezen naar Fairwork Belgium en nadien naar Payoke. Tijdens zijn begeleiding diende hij bij de sociale inspectie een klacht in tegen zijn werkgever.

Het slachtoffer werkte in het restaurant van de beklaagde. Hij werkte er ’s avonds achteraan in de keuken, uit het zicht van de klanten, en ’s nachts poetste hij het restaurant. Hij sliep boven het restaurant, waar er geen toilet of douche was. Hij verdiende tussen 140 en 170 euro per week van zes werkdagen. In totaal was hij er bijna twee jaar aan de slag.

Tijdens het onderzoek konden meerdere personeelsleden bevestigen dat zij het slachtoffer kenden. Er was fotomateriaal en er waren geluidsopnames.

Het slachtoffer en zijn familie in Egypte werden tijdens het onderzoek door de beklaagde bedreigd.

De tegenpartij argumenteerde dat de medewerkster van het opvangcentrum regelmatig contact had gehad met de inspectiediensten. Die communicatie was volgens de beklaagde gekleurd, wat aantoonde dat de inspectie met vooringenomenheid handelde. De rechter stelde evenwel dat hij niet kon vaststellen dat de inspectie niet objectief was geweest. De beklaagde argumenteerde daarnaast dat de arbeidsauditeur deloyaal tewerk zou zijn gegaan en een getuige zou hebben beïnvloed. Ook daarover stelde de rechtbank dat er geen redenen waren om aan te nemen dat de getuige valse verklaringen had afgelegd.  

De beklaagde werd vrijgesproken voor de feiten van mensenhandel. De rechtbank kon uit het strafdossier niet afleiden dat het slachtoffer was tewerkgesteld in omstandigheden die in strijd waren met de menselijke waardigheid of dat er sprake was van economische uitbuiting. Het ontbrak de rechtbank aan concrete en/of objectieve informatie over de werk- en verblijfsomstandigheden. Er was geen fotomateriaal, er was geen huiszoeking gebeurd en er waren geen directe getuigenissen over de omstandigheden. Het was evenwel een situatie van woord tegen woord. Er waren wel een aantal elementen die wezen op veeleer ongelukkige arbeidsomstandigheden maar dat volstond niet voor de rechtbank om te besluiten dat het ging om mensenhandel.

De rechtbank oordeelde dat het slachtoffer wel degelijk was tewerkgesteld in het restaurant en achtte de sociaalrechtelijke inbreuken bewezen. De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf en tot een geldboete. Het slachtoffer kreeg geen schadevergoeding voor het gederfde loon, omdat de arbeidsauditeur dat niet had gevorderd.

De beslissing is definitief.