Correctionele rechtbank van Brugge, 8 april 2022
De rechtbank sprak zich uit over een dossier van mensenhandel waarbij er drie slachtoffers werden tewerkgesteld in een restaurant.
De beklaagden, twee personen met de Belgische nationaliteit die afkomstig waren uit China, en een vennootschap werden eveneens vervolgd voor andere tenlasteleggingen, namelijk het niet-betalen van lonen en oplichting.
De politiediensten werden geïnformeerd door de bank over een verdachte situatie waarbij er drie personen hun ontvangen lonen moesten afhalen en afgeven aan hun werkgever. De loketbediendes van de bank waren al meermaals getuige geweest van discussies tussen de werkgever en de werknemers. Volgens inlichtingen verbleven er meerdere personen op het adres van het restaurant van de werkgever. De werknemers werden regelmatig verplaatst tussen restaurants in België en Nederland.
Het onderzoek werd gevoerd aan de hand van camerabeelden, verhoren van de loketbediendes, de opvraging van bankgegevens, de uitlezing van gsm’s en verhoren van de beklaagden en de slachtoffers. Uit de bankgegevens bleek dat de werknemers hun hele loon dat gestort was opnieuw moesten afhalen en afgeven. De slachtoffers kenden overigens de Nederlandse taal niet, ze waren naar België gehaald via een bemiddelaar. Zij hadden documenten moeten ondertekenen waarvan ze de inhoud niet begrepen, ze kenden het Belgische systeem niet, ze moesten gemiddeld tien uur per dag werken, zes dagen op zeven, aanvankelijk voor een loon van 900 euro per maand (nadien voor een loon van 1.300 euro per maand), ze moesten hun ID-kaart of verblijfsdocumenten afgeven.
Er werd hun gezegd dat het geld hun niet toebehoorde. De slachtoffers hadden geen andere keuze dan het geld opnieuw af te geven, anders zouden ze hun job verliezen.
De rechtbank oordeelde op basis van deze elementen dat er sprake was van mensenhandel en ook de andere tenlasteleggingen waren bewezen. De beklaagden werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar en tot een geldboete van 24.000 euro. Het wederrechtelijke vermogensvoordeel werd geschat op 40.614,11 euro en werd verbeurdverklaard. De vennootschap werd burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld.
Er werd beroep aangetekend tegen deze beslissing.