Correctionele rechtbank van Namen, 10 oktober 2024
De rechtbank onderzocht dit dossier waarin een Belgische vrouwelijke beklaagde werd vervolgd voor mensensmokkel in het kader van de adoptie van meerdere Congolese kinderen door Belgische adoptieouders. Ze werd ook vervolgd voor ontvoering van minderjarigen, gijzeling van minderjarigen, oplichting, valsheid in geschrifte en corruptie.
De Belgische Staat, de Franse Gemeenschap, de Democratische Republiek Congo, het agentschap Opgroeien en Myria stelden zich burgerlijke partij, net als de ad hoc voogd van een van de kinderen, de adoptieouders en de biologische ouders.
De beklaagde, een in Congo geboren Belgische vrouw, was als bestuurder en coördinator belast met het beheer van projecten van een vzw in Namen voor de adoptie van achtergelaten Congolese kinderen, in samenwerking met de Autorité centrale communautaire (ACC). Ze had in dat kader in 2011 een weeshuis in Kinshasa gesticht.
Vanaf 2013 vormde de vereniging het voorwerp van verscheidene meldingen over de precaire omstandigheden waarin de kinderen leefden, terwijl de financiële analyse heeft aangetoond dat de aankopen door de beklaagde niet bestemd waren voor het weeshuis maar voor haar eigen dagelijkse uitgaven.
In december 2013 publiceerde een Congolese vereniging een nieuwsbericht over het weeshuis, waarin er sprake was van ontvoeringen van kinderen in Kinshasa door een man, die enkele dagen voordien voor die feiten veroordeeld was, die voor rekening van de vereniging en van de beklaagde zou hebben gehandeld. Uit het onderzoek bleek dat die laatste inderdaad kinderen had laten ontvoeren, met name in Gemena, om andere kinderen te vervangen die overleden waren vooraleer ze werden geadopteerd.
Na het in 2013 door de Congolese overheid ingestelde moratorium op de adoptie van kinderen, haalde de beklaagde in 2015 elf kinderen die naar België moesten komen weg uit het weeshuis. Ze weigerde om de Belgische ambassade te vertellen waar de kinderen zich bevonden. Uit verklaringen en getuigenissen blijkt dat zij wilde onderhandelen over de overhandiging van de kinderen tegen betaling.
De beklaagde werd veroordeeld voor de ontvoering van vijf minderjarigen jonger dan twaalf jaar en voor de gijzeling met verzwarende omstandigheden van elf minderjarigen. De tenlasteleggingen van oplichting, valsheid in geschrifte en corruptie werden eveneens bewezen geacht.
De rechtbank sprak de beklaagde daarentegen vrij voor de tenlastelegging inzake mensensmokkel van de vijf ontvoerde en geadopteerde kinderen. De rechter herinnerde eraan dat mensensmokkel veronderstelt dat een persoon die geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie naar het grondgebied wordt gebracht, en meende dat de kinderen de Belgische nationaliteit hadden voor ze op het Belgische grondgebied aankwamen. Volgens de rechter waren de adoptieprocedures voltooid, aangezien de adoptievonnissen al door Congolese autoriteiten waren geveld en erkend waren door de Federale Centrale Autoriteit (FCA), ook al waren de adoptieprocedures het resultaat van listige kunstgrepen van de beklaagde.
De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar, tot een geldboete van 8.000 euro en tot de ontzetting uit haar rechten voor tien jaar. Haar onmiddellijke aanhouding werd bevolen.
Ze werd ook veroordeeld tot de betaling aan de verschillende burgerlijke partijen van schadevergoedingen van één euro (provisioneel) tot 100.000 euro.
Tegen dit vonnis werd beroep aangetekend.