De anonimisering van bepaalde persoonsgegevens in de processen-verbaal van verhoren kan de veiligheid van de slachtoffers verbeteren en hun vertrouwen in de autoriteiten bevorderen. In die optiek moedigt Myria de uitvoering aan van een bepaling van het federale regeerakkoord over het recht op respect voor de privacy van alle slachtoffers. Die bepaling stipuleert dat alleen de naam en het rijksregisternummer van het slachtoffer worden opgenomen in de processen-verbaal en dat de contactgegevens in een aparte en beveiligde map worden bewaard waar alleen de bevoegde  personen, zoals de politie, het Openbaar Ministerie en de dienst slachtofferonthaal, toegang toe hebben.

Een ander belangrijk aspect in verband met de processen-verbaal betreft het vermelden van de
non-verbale communicatie van slachtoffers van mensenhandel. De registratie of beschrijving van nonverbale communicatie kan bijzonder nuttig zijn, voor zover ze objectief, neutraal en feitelijk wordt vermeld. Die is minder controleerbaar en geregeld dan de verbale taal en kan voor speurders een meer betrouwbare informatiebron vormen. Zo kan ze wijzen op onbehagen bij het slachtoffer en eventueel de oorzaak suggereren. Ook maakt ze het mogelijk om aandachtig te blijven voor eventuele psychologische kwetsbaarheden bij het slachtoffer. Tot slot kan ze later nuttig zijn voor de motivering van het requisitoir van magistraten of het vonnis van bodemrechters.