Redelijke overgangsperiode 2021
Myria stelt dat er in een voldoende ruime overgangsperiode moet worden voorzien na de eventuele goedkeuring van het wetsontwerp inzake seksueel strafrecht dat aanpassingen in de regelgeving van mensenhandel vergt, zodat de eerstelijnsdiensten voldoende tijd krijgen om hun werking aan te passen en hiermee vertrouwd te raken.
Het wetsontwerp dat de invoering van nieuwe concepten impliceert zoals ‘misbruik van prostitutie’ heeft gevolgen voor de regelgeving inzake mensenhandel en voor de werking van het bestrijdingsapparaat.
Indien het concept misbruik van prostitutie wordt ingevoerd, vergt dat een belangrijke aanpassing voor de werking van de gespecialiseerde centra. In welke mate moet dan ook de formele regelgeving rond het slachtofferstatuut worden aangepast? Een dergelijke wijziging van het slachtofferstatuut zou dan vervolgens eveneens door de Interdepartementale Coördinatiecel moeten worden goedgekeurd, het wettelijke beleidsuitvoerende orgaan voor mensenhandel met alle federale en regionale bevoegde actoren en diensten.
Verschillende eerstelijnsdiensten zullen na de (eventuele) invoering van de nieuwe wet hun werking moeten aanpassen. Dat vereist ook de nodige tijd om hiermee vertrouwd te raken en nieuwe expertise te ontwikkelen.