Correctionele rechtbank van Charleroi, 3 juni 2008, 21ste kamer
Het gaat om een belangrijk smokkeldossier gelinkt aan verkoop van drugs en georganiseerd door Marokkaanse onderdanen. Deze organisatie maakte gebruik van ‘hulpjes’ voor de verkoop van drugs. Ze kwamen België illegaal binnen via een circuit van Marokkaanse inwijkelingen die in Spanje verbleven. De drugs werd op verschillende plaatsen te Charleroi aangeboden, zowel op de openbare weg als via clandestiene verkopers.
Vijftien verdachten, voornamelijk Marokkanen, worden vervolgd. Talrijke inbreuken betreffende drugs worden hen ten laste gelegd (aankoop, bezit, verkoop van onder meer heroïne en cocaïne). Drie verdachten zijn eveneens vervolgd voor mensenhandel (gedwongen om inbreuk te plegen) en mensensmokkel ten aanzien van twee slachtoffers, met als verzwarende omstandigheden misbruik van precaire situatie en bedreigingen.
De rechtbank gaat de inbreuken betreffende drugs weerhouden. Ook de inbreuken inzake mensenhandel en mensensmokkel worden weerhouden onder meer op grond van de overeenstemmende, precieze en omstandige verklaringen van de slachtoffers en medeverdachten.
Voor wat de smokkel betreft benadrukt de rechtbank dat de verdachten er toe hebben bijgedragen dat hun landgenoten België binnenkwamen via Spanje door hen valselijk werk te beloven in de staalindustrie, de bouw of als tuinier. De verdachten hebben de busreis betaald enkel en alleen om de slachtoffers “op te vangen” bij hun aankomst in België en ze vervolgens te gebruiken in de drugshandel. De rechtbank weerhoudt evenwel de verzwarende omstandigheden niet.
Voor wat betreft de mensenhandel wijst de rechtbank er op dat bij hun aankomst in België de slachtoffers naar Charleroi werden gebracht waar ze logeerden. Toen kregen ze het doel van hun reis naar België te horen: drugs verkopen (heroïne en cocaïne). De slachtoffers kregen een “opleiding”, hun documenten werden hen ontnomen en ze werden met wapens bedreigd. De rechtbank weerhoudt eveneens de verzwarende omstandigheden zoals misbruik van kwetsbare situatie, gebruik van geweld en bedrieglijke handelingen, doch niet dat van de betrokken activiteit een gewoonte werd gemaakt noch dat de bedrijvigheid plaatsvond in het kader van een vereniging.
Dit vonnis is definitief.
Cfr. jaarverslag 2008 mensenhandel van het Centrum, “Bestrijden met mensen en middelen”, deel I, hoofdstuk 4, 3.