• Geen nieuwe Bill of Rights
  • Splijtzwam
  • Het Migratiepact is een politiek pact, waarvoor alleen de regering verantwoordelijkheid moet opnemen. Het parlement moet de tekst dus niet goedkeuren. Er ging een breed en reëel onderhandelingsproces aan vooraf, vooral tussen en binnen alle bevoegde overheden. Ook representatieve ngo’s werden geconsulteerd. Maar de tekst roept geen nieuw recht in het leven. De impasse over het Migratiepact legt een diepe verscheurdheid bloot (DS 3 december). Ze wordt aangevuurd door de stellingname dat het Migratiepact tot méér migratie zal leiden. Die bezorgdheid mogen we niet zomaar negeren. Migratie is om begrijpelijke redenen een van de meest gevoelige onderwerpen van deze tijd. Het ligt ergens in het midden van de actuele ‘gevarendriehoek’ van Identiteit, Sociale Welvaartsstaat en Nationale Veiligheid.

    Geen nieuwe Bill of Rights

    In België vormt het ‘migratiesaldo’ (immigraties min emigraties) al enkele decennia een belangrijkere bron van demografische groei dan het natuurlijke verloop van de bevolking. België is een migratieland geworden, maar heeft die maatschappelijk-politieke omschakeling nog niet volledig gemaakt of verwerkt. Elke tekst die op welke wijze dan ook bijdraagt tot deze maatschappelijke en demografische evolutie, stuit mogelijk op sterke weerstand. Het is dus van belang om het Migratiepact correct te duiden.

    Het Migratiepact voegt niets wezenlijks toe aan de huidige Belgische en Europese rechtsorde. Het besteedt aandacht aan belangrijke principes, zoals het recht op gezinsleven, het belang van het kind, de voorwaarden voor detentie en de informatieplicht. Dat is ongetwijfeld een van de verdiensten van deze tekst, vooral voor landen zonder sterke mensenrechtenstandaarden. Van veel landen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië verwacht ons land dat ze uitgeprocedeerde of onwettig verblijvende onderdanen ‘terugnemen’ en daar akkoorden voor afsluiten.

    Dit Migratiepact legt daar veel nadruk op, evenals op het belang van identificatie van vreemdelingen en op de grensoverschrijdende aanpak van mensensmokkel. De inhoud en strekking van de tekst zijn zeker een grondige discussie waard, maar het pact valt op geen enkele manier uit te leggen als een nieuwe Bill of Rights, waaraan individuen subjectieve rechten kunnen ontlenen. Hoewel een nietbindende tekst in een rechtbank soms ingeroepen kan worden om de interpretatie te bepalen van onduidelijke rechtsregels, geven de staten in het Migratiepact nergens een bepaalde interpretatie mee die zou verplichten mensen toe te laten op het grondgebied. Kortom: er staan geen verplichtingen in om verblijfsrechten toe te kennen.

    Verder kunnen niet-bindende resoluties alleen leiden tot nieuwe bindende normen van internationaal gewoonterecht als alle staten die normen toepassen en er zich toe gebonden voelen. Het Migratiepact daarentegen bevestigt letterlijk het ‘soeverein recht van staten om hun eigen nationale migratiebeleid’ te bepalen. Het pleidooi voor safe, orderly and regular migration, dat leidde tot dit pact, kwam zowel van staten die een opener beleid voorstaan als van staten die een geslotener beleid verkiezen. Voor ‘veilige, ordelijke en reguliere migratie’ is inzet nodig op elk niveau. Niet voor niets zal de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), actief sinds 1952 en een VN-organisatie sinds 2016, het Migratiepact-netwerk coördineren.

    Splijtzwam

    Binnen het follow-upmechanisme van het pact kunnen staten vrijwillige engagementen aangaan. National ownership, heet dat. Een land dat zichzelf buiten dat follow-upmechanisme stelt, begeeft zich buiten de omgeving waar beleid wordt voorbereid of afgetoetst, beleid dat ook een impact heeft op het land dat erbuiten staat, maar waarop het dus geen invloed heeft. Als meerdere Europese landen zich erbuiten plaatsen en andere erin, zal dat leiden tot nog meer coalitievorming.

    Het Migratiepact is een inspanningsverbintenis tot een meer globale benadering van migratie. Dat perspectief wordt door een potentiële Belgische exit op de helling gezet, nota bene in een van de belangrijkste bestemmings- en transitlanden van de Europese Unie. Of en hoe België bij een ‘nee’ wordt afgerekend, is een zaak voor de politiek. Maar dat ons land het niet kan opbrengen om een afsprakenkader te maken met andere landen, is onrustwekkend voor iedereen, van welke zijde ook, die zich zorgen maakt om de richting van het toekomstige migratiebeleid. De discussies over de tekst gaan volledig voorbij aan het gegeven dat het Migratiepact in alle landen dezelfde principes aanhaalt. Is het niet in het belang van Europese landen dat ze met omringende en vertreklanden (die dus ook mogelijk landen van terugkeer zijn), een gemeenschappelijk referentie- en beleidskader delen? Is het ook niet in het belang van de Europese landen dat álle betrokken landen, waaronder ook die waarmee de EU nu al akkoorden rond migratie afsluit, dezelfde principes en waarborgen hanteren om de menselijke waardigheid te beschermen?

    Dat het Migratiepact nu uitgroeit tot een splijtzwam van deze omvang, terwijl er geen enkel alternatief proces overwogen wordt om migratie te managen, wekt weinig vertrouwen. Dat is niet zomaar een gemiste kans, het is een gemiste afspraak.