In 2023 ontvingen iets meer dan 40.000 immigranten een eerste verblijfstitel omwille van familiale redenen, een vergelijkbaar aantal als tijdens het jaar voordien. In de katern wordt er dieper ingegaan op de kenmerken van die diverse en heterogene groep personen, waarbij de meerderheid (60%) een niet-EU-nationaliteit heeft – met Marokko, India en Syrië als voornaamste nationaliteiten – en EU-burgers de overige 40% uitmaken – voornamelijk personen met de Roemeense, de Spaanse en de Nederlandse nationaliteit. Ongeacht de nationaliteitsgroep van de betrokkenen, gaat het bovengemiddeld vaak om vrouwen en minderjarigen. 

Bij gezinshereniging gaat het niet alleen om een immigrerend persoon, maar eveneens om het in België verblijvende familielid bij wie men zich vervoegt. Uit de beschikbare gegevens over 2023 blijkt dat in 35% van de gevallen een kind zich bij zijn/haar ouder(s) met een EU-nationaliteit (exclusief Belgen) komt vervoegen. Het tweede meest voorkomende scenario (20%) betreft kinderen die zich bij hun ouder(s) met een niet-EU-nationaliteit komen vervoegen.

Vervolgens wordt er in deze thematische katern stilgestaan bij het aandeel van gezinshereniging met begunstigden van internationale bescherming, waarbij men zich in België vervoegt bij een erkend vluchteling dan wel een subsidiair beschermde, alsook bij de visumcijfers over het jaar 2024. 

Tot slot werd in de zomer van 2025 het wetgevende kader inzake gezinshereniging grondig hervormd. Myria gaat in de inleiding van de katern in op deze omvangrijke wijzigingen, waarvan de impact naar alle waarschijnlijkheid te merken zal zijn in de cijfers van 2025. Myria roept ook op om de gevolgen beter te meten en te bestuderen.