Probleemstelling

In 2006 voerde de Belgische wetgever het “smokkelstatuut” in. Het statuut biedt slachtoffers van mensensmokkel met verzwarende omstandigheden – naar analogie met slachtoffers van mensenhandel – de mogelijkheid om een verblijfsvergunning te verwerven indien zij met de bevoegde autoriteiten samenwerken in de strijd tegen de vermoedelijke daders van het misdrijf. België is hiermee een van de weinige Europese lidstaten die ook voor slachtoffers van mensensmokkel in een statuut voorziet op basis van de Verblijfsvergunningsrichtlijn.

Uit verschillende dossiers waarin Myria zich burgerlijke partij stelde blijkt dat de verklaringen van slachtoffers vaak van cruciaal belang zijn voor de opsporing en vervolging van mensensmokkel. Een actievere betrokkenheid van deze personen bij het strafonderzoek zou het (opvallend hoge) aantal seponeringen van dossiers mensensmokkel door de parketten wegens onbekende daders of gebrek aan bewijs dan ook kunnen reduceren.

Toch werd het smokkelstatuut sinds de invoering op het terrein in 2007 relatief weinig gebruikt. In december 2020 erkende de minister van Justitie dat de toepassing van het statuut op het terrein beter moest. Voor de eerstelijnsdiensten is het vaak een uitdaging om slachtoffers van mensensmokkel (en van mensenhandel) te detecteren, hun vertrouwen te winnen en hen te overtuigen om in de procedure te stappen. Veel slachtoffers van mensensmokkel stellen zich loyaal op ten aanzien van hun smokkelaars, hebben weinig vertrouwen in de Belgische overheden of blijven sterk gefocust op andere bestemmingen of verblijfsstrategieën. Bovendien is het onderscheid tussen dader en slachtoffer binnen een smokkelnetwerk vaak moeilijk te bepalen.

Om de toepassing van het smokkelstatuut te verbeteren, is er dan ook nood aan een beter begrip van de profielen van slachtoffers van mensensmokkel met verzwarende omstandigheden en hun contacten met eerstelijnsdiensten.

Doelstellingen

Het TRAQ-project beoogt de strijd tegen mensensmokkel te bevorderen aan de hand van kwalitatief onderzoek naar de profielen van smokkelslachtoffers en hun contacten met eerstelijnsdiensten.

Op basis van een dialoog met de actoren op het terrein (politiediensten, magistraten en opvangcentra) beoogt het project meer bepaald om:

  • Een beter inzicht te verwerven in de profielen van slachtoffers van mensensmokkel en hun contacten met eerstelijnsdiensten
  • Uitdagingen en goede praktijken te identificeren in de interactie van eerstelijnsdiensten met smokkelslachtoffers
  • Stakeholders te informeren en sensibiliseren over de profielen van smokkelslachtoffers en hun contacten met eerstelijnsdiensten

Projectverloop

Het onderzoeksproject van Myria en het NICC loopt van eind 2023 tot en met december 2025. Het project bestaat uit de volgende fases:

Voorbereidende fase. Organisatie van verkennende interviews met actoren op het terrein (politiediensten, magistraten en opvangcentra) en identificatie van beschikbare gegevens met het oog op selectie van bronnen.

Onderzoeksfase. Kwalitatief onderzoek naar de profielen van slachtoffers en hun contacten met eerstelijnsdiensten, op basis van hypotheses en in interactie met actoren op het terrein.

Disseminatiefase. Valorisatie van onderzoeksresultaten bij diverse actoren op het terrein en partnerorganisaties in het buitenland via aangepaste publicaties en seminaries.