[Persbericht] Gebruik van uitgebreide dwangmiddelen in het kader van het terugkeerbeleid
In de katern Terugkeer, detentie en verwijdering stelt Myria de recente cijfers ter zake voor. Het focust ook op de recente wetgevende evoluties op het vlak van het beleid rond terugkeer en gedwongen verwijdering, analyseert de situatie van gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen en komt terug op de oprichting van het nieuwe Nationaal Preventiemechanisme tegen mishandeling in detentie.
Na de aanzienlijke impact van de COVID-19-pandemie zijn de cijfers rond de terugkeer, detentie en verwijdering van vreemdelingen in het algemeen gestegen, zonder evenwel opnieuw de niveaus van vóór de crisis te bereiken. Tussen 2021 en 2023 is er een continue stijging van alle indicatoren vastgesteld. In 2024 blijven het aantal personen die een eerste terugkeerbesluit hebben ontvangen (25.982 personen), de terugdrijvingen (1.883) en de gevallen van vrijwillige terugkeer (3.371) toenemen.
Tussen 2023 en 2024 was er daarentegen een lichte daling van zowel de eerste vasthoudingen in gesloten centra (van 4.915 naar 4.804) als van de gemiddelde maximale capaciteit van die centra (van 510 naar 487 plaatsen), alsook van de repatriëringen (van 3.383 naar 3.270). De inreisverboden voor het Belgische grondgebied vertonen een opvallende trend: na een aanhoudende daling tussen 2020 en 2023 is hun aantal meer dan verdubbeld, tot 2.653 besluiten in 2024.
In diezelfde periode is het percentage verwijderingen ten opzichte van de eerste vasthoudingen in gesloten centra stabiel gebleven (rond ongeveer 78%). Zo wordt er opnieuw aangeknoopt met niveaus zoals die vóór 2018 werden waargenomen. Daarnaast wordt er een toename van de repatriëringen met politie-escorte (van 4% in 2021 tot 16% in 2024) vastgesteld. Het aandeel repatriëringen van gedetineerden vanuit de gevangenis is daarentegen gestaag afgenomen, zonder dat hun effectieve aantal sterk schommelt.
“Terugkeer”- en “Frontexwet”: gebruik van uitgebreide controle- en dwangmiddelen in het kader van het terugkeerbeleid
Wat het terugkeerbeleid betreft, waren er de voorbije twee jaar tal van wetgevende evoluties, met name in 2024. Tijdens de lente van 2024 werden er twee wetten aangenomen: de “terugkeerwet”, wet houdende verschillende belangrijke wijzigingen aan het terugkeerbeleid, en de “Frontexwet” die werknemers van Frontex toelaat om op het Belgische grondgebied op te treden teneinde het toezicht aan de grenzen en de teams die de terugkeer moeten begeleiden te versterken. Met die twee wetten worden de inzetbare controle- en dwangmiddelen in het kader van de verwijderingen aanzienlijk uitgebreid, zonder dat die uitbreiding – volgens Myria – voldoende omkaderd is.
Oprichting van het Nationaal Preventiemechanisme tegen mishandeling in detentie: goed, maar niet voldoende!
In april 2024 heeft het federaal parlement een wet aangenomen tot oprichting van een “Mechanisme ter voorkoming van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing”, zoals bepaald door het Facultatief protocol bij het Verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties (OPCAT). Dat nieuwe mechanisme is belast met het onderzoek van de situatie van personen die van hun vrijheid zijn beroofd via frequente bezoeken aan de detentieplaatsen die onder de federale overheid vallen. Myria verwelkomt de invoering van dat mechanisme waarvoor het al vele jaren pleit en waarvan het deel uitmaakt, specifiek voor vreemdelingen in detentie. Het roept de overheden evenwel op om de financiële middelen die nodig zijn voor de goede uitvoering van zijn opdrachten ter beschikking te stellen van het mechanisme en moedigt de overheden aan om alles in het werk te stellen zodat er eveneens toezicht wordt uitgeoefend op de plaatsen van vrijheidsberoving waarvoor de deelstaten bevoegd zijn. Tot slot roept Myria België op om zijn internationale verplichtingen na te komen en het OPCAT te ratificeren.
Het aantal gedetineerden in de Belgische gevangenissen heeft een recordhoogte bereikt in 2025. België wordt momenteel geconfronteerd met een situatie van overbevolking in de gevangenissen die rampzalige gevolgen heeft voor de gedetineerden, het gevangenispersoneel en de maatschappij in haar geheel. Een groot aantal van die gedetineerden heeft een buitenlandse nationaliteit en een deel van hen bevindt zich in irregulier verblijf.
Sinds meerdere jaren wordt er gefocust op de noodzaak om de verwijdering van die gedetineerden uit de gevangenissen maximaal op te voeren. De politieke overheden en gerechtelijke autoriteiten volgen een binaire logica waarbij er maar twee pistes worden overwogen voor gedetineerden zonder verblijfsrecht: verwijdering of opsluiting. Die logica houdt geen rekening met de diversiteit van de betrokken profielen. Sommige van die gedetineerden hebben een sterke band met het Belgische grondgebied en niet iedereen kan trouwens worden verwijderd, met name om redenen die verband houden met de eerbiediging van hun grondrechten of nog om redenen van diplomatieke aard. Naast het feit dat een aantal van die gedetineerden niet kan worden verwijderd, zullen zij zich allemaal in een maatschappij moeten re-integreren, welke dan ook. De wet vereist dat de straf een doelstelling van sociale re-integratie voor elke gedetineerde nastreeft, ongeacht diens verblijfsstatus. Door de huidige aanpak, namelijk personen zonder verblijfsrecht verwijderen of anders in onze gevangenissen opsluiten, kan die doelstelling niet worden nagestreefd.
Die aanpak heeft een resem nefaste gevolgen, zowel voor de betrokken personen als voor de maatschappij in haar geheel. Myria roept op tot een paradigmashift en formuleert in zijn katern verscheidene aanbevelingen zodat de voorbereiding van die gedetineerden op hun re-integratie in de maatschappij, ongeacht of dat in België dan wel in het buitenland is, opnieuw centraal wordt gesteld bij de straf.