Officiële documenten

Om bloed- of aanverwantschap te bewijzen van de familieleden die zich met u wensen te herenigen, dient u een aantal documenten bij uw aanvraag neer te leggen. Deze documenten zijn zowel buitenlandse rechterlijke beslissingen (bv. vonnis van echtscheiding of adoptie) als buitenlandse authentieke akten (bv. geboorteakte, huwelijksakte). Het kunnen ook aanvullende vonnissen zijn (ter vervanging van verdwenen authentieke akten of onbestaande akten) (artikel 12bis § 5 van de vreemdelingenwet en omzendbrief 17 juni 2009).

Eens uw visumaanvraagdossier volledig is, worden de documenten door de Belgische overheid nagekeken en erkend. De erkenning in België van de rechterlijke beslissingen of de buitenlandse authentieke akten kan echter, in de praktijk, een aantal moeilijkheden met zich meebrengen. Zo bepaalt artikel 27 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht: "Een buitenlandse authentieke akte wordt in België door alle overheden erkend zonder dat er een beroep moet worden gedaan op enige procedure indien haar rechtsgeldigheid wordt vastgesteld in overeenstemming met het krachtens deze wet toepasselijk recht, en meer bepaald met inachtneming van artikelen 18 en 21. De akte moet voldoen aan de voorwaarden die volgens het recht van de Staat waar zij is opgesteld, nodig zijn voor haar echtheid." In geval de overheid weigert de geldigheid van de akte te erkennen, kan beroep ingesteld worden bij de rechtbank van eerste aanleg die bevoegd is. Nochtans, als de geldigheid van de documenten is erkend, worden ze beschouwd als zijnde voldoende om bloed- of aanverwantschap van de familieleden te bewijzen.

Het blijft weliswaar moeilijk voor begunstigden van internationale bescherming om of ciële documenten voor te leggen. Deze documenten kunnen niet-bestaand of onvindbaar zijn. Of de Belgische overheid kan haar twijfels hebben over de geldigheid van deze documenten.

Onmogelijkheid om officiële documenten voor te leggen

Als u denkt in de onmogelijkheid te zijn om officiële documenten te verkrijgen die uw familiebanden aantonen, zult u deze onmogelijkheid met rechtsmiddelen moeten bewijzen. Het eenvoudige feit van onmogelijkheid om officiële documenten te verkrijgen, is niet voldoende. De wet bepaalt immers dat deze onmogelijkheid "reëel en objectief" moet zijn, dus onafhankelijk van uw wil. Dit is m.n. het geval:

  • indien België het betrokken land niet als Staat erkent;
  • indien de interne situatie van het betrokken land van dusdanige aard is (was) dat het onmogelijk is om daar de officiële documenten te verkrijgen, ofwel omdat deze documenten werden vernietigd en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen, ofwel omdat de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren ofwel omdat ze niet meer bestaan; 
  • indien voor het verkrijgen van officiële documenten een terugkeer naar de betrokken Staat of een contact met de overheden van die Staat - een voorwaarde die moeilijk verzoenbaar is met de persoonlijke situatie van de betrokkene - vereist zijn.

De onmogelijkheid wordt geval per geval beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken, op basis van bewijselementen die «voldoende ernstig, objectief en overeenstemmend» zijn. Deze bewijselementen worden in principe door uzelf overgemaakt, maar het kan ook gaan om elementen waarover de Dienst Vreemdelingenzaken al zou beschikken, bijvoorbeeld elementen:

  • die verbonden zijn met een andere verblijfsaanvraag van de vreemdeling;
  • die afkomstig zijn uit interne verslagen van missies in het buitenland;
  • die verkregen zijn bij (inter)nationale instellingen of organisaties die de algemene situatie in de betrokken Staat kennen (bv. diplomatieke of consulaire posten, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, de door de Europese Unie of de VN erkende NGO’s, enz.).

Andere geldige bewijzen

Het voorleggen van officiële documenten is de algemene regel, maar er bestaan subsidiaire bewijsmogelijkheden. De wet bepaalt immers dat indien geen officiële documenten kunnen voorgelegd worden, de Belgische overheid eerst "andere geldige bewijzen" in overweging zal nemen die de familieband kunnen aantonen (artikel 12bis § 5 van de vreemdelingenwet). Deze bewijzen gelden alleen in geval van onmogelijkheid om officiële documenten in te leveren en zijn onderworpen aan de discretionaire beoordeling van de Dienst Vreemdelingenzaken. Om als geldig te worden beschouwd, moeten de «andere bewijzen» van de familieband «een reeks van voldoende ernstige en overeenstemmende aanwijzingen» vormen, die het mogelijk maken het bestaan van de beweerde familieband aan te tonen.

De omzendbrief geeft een lijst, bij wijze van voorbeeld, van «andere bewijzen»; «andere bewijzen van de afstammingsband», met name: geboorteakte, geboortecertificaat, geboorteattest; huwelijksakte die is opgesteld door de Belgische overheden die bevoegd zijn voor de burgerlijke stand en waarin de afstammingsband vermeld wordt; notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid; affidavit; nationale identiteitskaart die de afstammingsband vermeldt; huwelijkscontract waarin de afstammingsband vermeld wordt; uittreksels van de geboorteregisters; vervangend vonnis. « Andere bewijzen van de huwelijksband of het partnerschap», met name: akte van traditioneel huwelijk, indien een akte van een burgerlijk huwelijk niet kan worden voorgelegd; notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid; religieuze akte; nationale identiteitskaart die de huwelijksband of het partnerschap vermeldt; uittreksel van huwelijksakte of partnerschapsakte; vervangend vonnis.

Onderhoud met de instanties

Als dergelijke bewijzen niet kunnen worden voorgelegd, kan de Belgische overheid een informatief gesprek plannen of een onderzoek instellen, als dit noodzakelijk wordt geacht om de geldigheid van de feiten of documenten in kwestie te verifiëren (artikel 12bis § 6, lid 2 van de vreemdelingenwet). Het gesprek is meer bedoeld om uit te maken of de familieband (of het partnerschap) werkelijk bestaat, terwijl het aanvullende onderzoek, in dit geval de DNA-test, het bewijs van aanverwantschap beoogt.

Adoptie

In het kader van gezinshereniging van begunstigden van internationale bescherming ligt de adoptiekwestie bijzonder gevoelig. Immers, vele gezinnen hebben geadopteerde kinderen.

Als de adoptie van deze kinderen tot stand is gekomen via een adoptieakte of een adoptievonnis in het buitenland, zullen deze documenten opgestuurd worden naar de Belgische overheden voor erkenning. In België is de Federale Centrale Autoriteit (FOD Justitie) bevoegd voor het erkennen en registreren van buitenlandse rechterlijke beslissingen inzake adopties. De procedure zal daarna verschillen naargelang het land het Verdrag van Den Haag betreffende de adoptie al dan niet ondertekend heeft. De procedure is over het algemeen onzeker en tijdsrovend.

Echter, vaak worden weeskinderen in noodsituaties in families opgevangen zonder dat deze feitelijke adopties officieel geregistreerd zijn. Wanneer deze kinderen hun familie in België willen vervoegen, zal dit gebrek aan akten tal van problemen opleveren. Dergelijke procedures zijn lang en ingewikkeld. Wanneer het om een familielid gaat, is een adoptie in bepaalde gevallen alsnog mogelijk. Indien dit niet zo is, is in bepaalde omstandigheden een aanvraag tot een humanitair visum mogelijk (zie hoofdstuk 1).

Voor meer informatie over adoptie, raadpleeg de websites www.just.fgov.be, www.kindengezin.be en www.adoptions.be.

Bijkomende analyse (DNA-test)

Bij gebrek aan geldige bewijzen, zal de Dienst Vreemdelingenzaken u en uw betrokken familieleden voorstellen om een DNA-test te laten uitvoeren om uw familiebanden aan te tonen.

In de praktijk stelt de Belgische overheid voor om de DNA-test uit te voeren eens de buitenlandse geboorteakten zijn geweigerd. De wet bepaalt nochtans dat men in principe slechts in laatste instantie tot de DNA-test mag overgaan nadat er getracht is andere bewijsmiddelen aan te voeren.

De DNA-test maakt het mogelijk om, via het afnemen van enkele druppels bloed, het genetisch patroon van een persoon te bepalen en de biologische verwantschap van personen vast te stellen. De resultaten zijn bijna 100% zeker. Een DNA-test uitvoeren is echter geen onschuldige daad. Hij kan het gezinsevenwicht breken, namelijk wanneer er biologische waarheden aan het licht komen waarvan betrokken personen geen kennis hadden. Bovendien is de kostprijs van deze procedure hoog (200 € per persoon die getest moet worden).

De DNA-test mag uitgevoerd worden na de schriftelijke toestemming van betrokken volwassen familieleden.

In België wordt de bloedafname gedaan in het Erasmusziekenhuis in Brussel. In het buitenland is de Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verantwoordelijk voor de bloedafname van de familieleden.

Hoewel men gerechtelijk beroep kan instellen tegen de beslissingen van de overheid die de geldigheid van de voorgelegde buitenlandse documenten weigert te erkennen, zijn de DNA-testen vaak nog een snelle weg om een gezinshereniging te bewerkstelligen. In de praktijk, wanneer er een twijfel bestaat over de geldigheid van neergelegde documenten, weigert de Belgische overheid om een visum toe te kennen onder het voorbehoud dat een DNA-test wordt uitgevoerd. In geval van een positief resultaat wordt het visum automatisch toegekend.

Om de DNA-procedure op te starten, ondertekenen de betrokken familieleden eerst een toestemmingsformulier (Bijlage 2bis) bij de ambassade. Dit formulier wordt vervolgens doorgestuurd naar de Dienst Vreemdelingenzaken, die dan met u contact opneemt om eveneens een toestemmingsformulier (Bijlage 3) te ondertekenen.

De Dienst Vreemdelingenzaken zal u uitnodigen voor een informatiesessie over het verloop van de procedure. Eerst wordt u verzocht de test te betalen aan het ziekenhuis (200 € per afname en per persoon) en een kopie van het betalingsbewijs aan de Dienst Vreemdelingenzaken over te maken. Deze neemt dan contact op met de diplomatieke post om de bloedafname van uw familieleden te laten uitvoeren. De bloedstalen worden per diplomatieke koffer (gratis) naar België gestuurd. Daarna neemt het Erasmusziekenhuis contact op met u om uw bloedafname te laten uitvoeren.

De kosten van al de bloedafnames moeten door u betaald worden, ongeacht of het resultaat positief of negatief is.

Wanneer beide ouders worden getest, ontvangt men het resultaat van de analyse al na 4 à 6 weken. Wanneer maar één ouder wordt getest, duurt het wel 6 à 8 weken. Dit resultaat wordt rechtstreeks aan de Dienst Vreemdelingenzaken meegedeeld, die u ervan in kennis stelt. De gegevens van de test zullen enkel en alleen gebruikt worden in het kader van deze procedure en worden door het laboratorium bijgehouden in geval er een tegenexpertise moet worden ingesteld.