Correctionele rechtbank van Antwerpen, 23 mei 2023
De rechtbank sprak zich uit over een dossier rond mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting en mensensmokkel.
De beklaagde, een vrouw met de Nigeriaanse nationaliteit, werd vervolgd voor feiten ten aanzien van een slachtoffer.
Het slachtoffer, een Nigeriaanse vrouw, legde gedetailleerde verklaringen af. Zij werd in 2016 in Nigeria gerekruteerd door de entourage van de beklaagde met de belofte om in Europa als verkoopster te kunnen werken. Ze legde een voodoo-eed af en reisde met nog andere meisjes via Libië en de Middellandse Zee naar Italië. Daar werd ze opgewacht door de entourage van de beklaagde, onder meer een Nederlandse man, en werd zij overgebracht naar Antwerpen. Daar verbleef ze aanvankelijk bij meerdere Belgische mannen uit de entourage van de beklaagde. Ze werd verplicht om zich te prostitueren in verschillende cafés, in een hotel en op een tippelplek. Zij moest een schuld afbetalen aan de beklaagde van 25.000 euro, die later werd opgetrokken tot 36.000 euro. Ze moest ook 150 euro huur betalen. Zij werd gedwongen om seks te hebben met de Belgische partner van de beklaagde. Ook moest ze asiel aanvragen in Frankrijk.
In 2017 werd zij benaderd door een vrouw van een kerk die haar in contact bracht met een organisatie die slachtoffers van mensenhandel bijstond. Toen dat de beklaagde ter ore kwam, werd het slachtoffer bedreigd. Zij ontving een video waarin ze vervloekt werd en werd ook telefonisch bedreigd door de voodoo-priester en de entourage van de beklaagde in Nigeria. Het slachtoffer verklaarde dat haar familie in Nigeria, haar kinderen en haar zus bedreigd werden. Zij werden daar voor de voodoo-shrine in Benin City gedaagd omdat het slachtoffer haar schulden niet volledig had afbetaald.
Daarop had het slachtoffer contact opgenomen met een landgenoot die in Duitsland verbleef en die mensenhandel bestreed, onder meer via een realityshow. Hij zorgde ervoor dat het slachtoffer haar schulden niet meer moest afbetalen aan de beklaagde en dat de voodoopriester in Nigeria werd gearresteerd. Het slachtoffer had al die tijd niet gedurfd om een aangifte te doen.
Ook tijdens het onderzoek werd het slachtoffer bedreigd.
De rechtbank oordeelde dat de feiten bewezen waren. De verklaringen van het slachtoffer waren consistent en gedetailleerd en konden door tal van objectieve elementen worden bevestigd: vingerafdrukken in het buitenland, verklaringen van mensen uit de entourage van de beklaagde, financiële transacties, de resultaten van de uitlezing van de gsm van de beklaagde, …
De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden met uitstel, en tot een geldboete van 8.000 euro, voor een deel met uitstel. De rechtbank hield er rekening mee dat de feiten al dateerden van 2016-2017.
Een slachtoffer stelde zich burgerlijke partij en kreeg een materiële en morele schadevergoeding van samen 15.300 euro.
Er werd beroep ingesteld en het hof van beroep van Antwerpen beoordeelde de zaak in een arrest van 14 december 2023.