Onder de 11.492.641 personen die op 1 januari 2020 officieel in België verbleven, waren er 7.806.078 Belgen met Belgische achtergrond, 2.259.912 Belgen met een buitenlandse achtergrond en 1.426.651 niet-Belgen (met een vreemde nationaliteit).

De structuur per leeftijd van deze drie bevolkingscategorieën is erg verschillend:

  • De Belgen met Belgische achtergrond onderscheiden zich door het grootste aandeel van de bevolking 65-plussers.
  • De Belgen met een buitenlandse achtergrond vallen op door het grootste aandeel van de heel jonge bevolking onder de 18 jaar.
  • De vreemdelingen onderscheiden zich door het grootste aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (van 18 tot 64 jaar).

In 2019 is de immigratie van personen met een vreemde nationaliteit nog toegenomen, tot 149.174 immigraties, tegenover 82.374 emigraties. De mobiliteit van personen met de Belgische nationaliteit van haar kant is de jongste jaren stabiel gebleven: ongeveer 25.000 immigraties en 37.000 emigraties per jaar.

Sinds het begin van de jaren 2000 vertonen de immigraties van buitenlanders naar België, ondanks enkele schommelingen, een globaal opwaartse trend. In 2019 heeft het aantal internationale immigraties van vreemdelingen overigens een ongekend hoog niveau bereikt.
De emigraties van vreemdelingen zijn de jongste jaren licht toegenomen. Die liggen evenwel aanzienlijk lager dan de immigraties, wat resulteert in een positief migratiesaldo.
In dezelfde periode is de mobiliteit van de Belgen stabiel gebleven, met ongeveer 25.000 jaarlijkse immigraties en 37.000 emigraties, wat voor een negatief migratiesaldo heeft gezorgd.

In 2019 werden er in totaal 114.578 eerste verblijfstitels uitgereikt aan vreemdelingen die in het buitenland zijn geboren en momenteel in België wonen (immigranten): 65.065 aan EU-burgers en 49.513 aan derdelanders. EU-burgers en onderdanen van derde landen hebben erg verschillende migratieprofielen:

  • Bij de EU-burgers wordt meer dan de helft van de eerste verblijfstitels toegekend om professionele redenen. Voor hen is dat de belangrijkste verblijfsreden. Daarna volgen de gezins- en studieredenen met respectievelijk 27% en 8% van het totale aantal uitgereikte verblijfstitels. Tot slot werden er maar vier eerste verblijfstitels (0,01%) uitgereikt om humanitaire of medische redenen.
  • Bij onderdanen van derde landen daarentegen zijn gezinsredenen het belangrijkste migratiemotief (45%). Studieredenen (17,5%) nemen voor het eerst de tweede plaats in, gevolgd door bezoldigde activiteiten (12%) en internationale bescherming (11,5%). De humanitaire of medische redenen nemen een kleine plaats in (2%). Onder ‘andere redenen’ vallen vooral niet-geregistreerde redenen, naast een erg beperkt aantal titels voor NBMV's en slachtoffers van mensenhandel.