Economische migratie en vrij verkeer

Het vrij verkeer van personen is een van de hoekstenen van de Europese Unie. Zo kunnen werknemers tijdelijk en in loondienst in een andere lidstaat gaan werken. Zelfstandigen en bedrijven uit de EU hebben dan weer het recht om zich vrij in een andere lidstaat te vestigen. De economische migratie van burgers van buiten de EU, zogenaamde derdelanders, naar België is minder omvangrijk.

Door de zesde staatshervorming zijn de gewesten sinds 1 juli 2014 bevoegd voor het grootste deel van het arbeidsmigratiebeleid. Ze bepalen nu de regelgeving, de toepassing, de controle en de handhaving van de arbeidskaarten A en B en van de beroepskaarten.

En wat blijft nog federale bevoegdheid? Alles wat met het verblijf van arbeidsmigranten te maken heeft, blijft in handen van de federale overheid, alsook de regelgevende bevoegdheid over de arbeidskaart die wordt ‘afgeleverd in het kader van een specifieke verblijfssituatie’ (voornamelijk de arbeidskaart C).

Arbeidskaarten voor derdelanders

Wie van buiten de EU komt en in België in loondienst wil werken, moet een arbeidskaart aanvragen:

  • Arbeidskaart A geldt voor onbeperkte duur en voor alle beroepen in loondienst. Wie meerdere jaren met een arbeidskaart B heeft gewerkt, kan een arbeidskaart A aanvragen.
  • Arbeidskaart B is maximaal 12 maanden geldig en is beperkt tot één werkgever. Die moet daarvoor toelating krijgen vóór de werknemer in België aankomt. Het recht op arbeid verleent hier het recht op immigratie.
  • Arbeidskaart C is maximaal 12 maanden geldig en is niet beperkt tot één werkgever. De aanvraag gebeurt in België want het is net het verblijfsstatuut (bv bepaalde asielzoekers) dat recht geeft op dit type arbeidskaart.

Blauwe kaart voor hooggeschoolde derdelanders

De Europese blauwe kaart geeft hooggekwalificeerde werknemers van buiten de EU het recht om in België te verblijven én te werken. De toelatingsvoorwaarden zijn streng. Dat verklaart waarom er in België relatief weinig blauwe kaarten worden uitreikt.

Beroepskaart voor zelfstandigen

Vreemdelingen die in België een zelfstandige activiteit willen uitoefenen moeten een beroepskaart aanvragen. Die is maximaal 5 jaar geldig. Ze moeten daarbij aantonen dat hun activiteit een economisch, sociaal, cultureel, artistiek of sportief belang heeft. Heel wat mensen zijn vrijgesteld van een beroepskaart: burgers van de Europese Economische Ruimte, vreemdelingen met een onbeperkt verblijfsrecht, erkende vluchtelingen, partners die hun echtgenoot helpen bij zijn of haar zelfstandige activiteit …

Vrij verkeer van personen in de EU

Er is een vrij verkeer van personen in de EU, waardoor iedere EU-burger vrij is zich in een andere lidstaat te vestigen om er te werken of een zelfstandige activiteit te verrichten. Ze hebben in principe geen arbeids- of beroepskaart nodig.

Detachering van werknemers

Haalt een onderneming die in een andere EU-listaat is gevestigd een contract in België binnen? Door het vrij verkeer van diensten kan ze haar werknemers dan detacheren om in België tijdelijk een opdracht uit te voeren. Dat regelde de Europese Unie in 1996 in haar zogenaamde detacheringsrichtlijn. Gedetacheerden worden – ondanks hun aantal – vaak over het hoofd gezien als men het heeft over economische migranten.

Personen met diplomatiek of consulair statuut

Een andere groep die tijdelijk economisch actief is in België, maar vaak over het hoofd wordt gezien, betreft de personen met diplomatiek of consulair statuut. Zij hebben een bijzondere identiteitskaart van de FOD Buitenlandse Zaken.